Moord verjaart nooit, onbetaalde rekeningen wel!

Onbetaalde schulden die in 2018 opeisbaar zijn geworden, vervallen op 31 december 2021 om middernacht. Het kan financieel lonend zijn om uw eigen boekhouder te zijn en achterstallige rekeningen onder de loep te nemen. Hier zijn tips over hoe u de deadline kunt stoppen.

Er is niet al te veel tijd meer voor openstaande schulden die in 2018 opeisbaar werden. Aangezien zij op 31 december 2021 dreigen te verjaren, moeten zij zo spoedig mogelijk grondig worden onderzocht. Aan het eind van het jaar geldt de normale verjaringstermijn. Deze termijn bedraagt drie jaar en vangt ten vroegste aan op het einde van het jaar waarin de vordering is ontstaan, d.w.z. op 31 december.

Maar pas op! Voor de berekening van de termijn is het tijdstip waarop de vordering opeisbaar is geworden doorslaggevend – het tijdstip of de datum van facturering is niet van belang. Bijgevolg moet een factuur worden uitgereikt onmiddellijk nadat de levering of de dienst is verricht. Wachten helpt niet, althans wat de verjaringstermijn betreft.

Kortere verjaringstermijnen

In sommige gevallen gelden kortere verjaringstermijnen. “Bijvoorbeeld in het geval van vorderingen van een verhuurder voor schade die voortvloeit uit een huurovereenkomst. Hier geldt een maximumtermijn van zes maanden vanaf de datum van teruggave van het gehuurde goed”, aldus Bernd Drumann, algemeen directeur van Bremer Inkasso. “Vorderingen die voortvloeien uit transportdiensten volgens het Duitse Wetboek van Koophandel (HGB) hebben een verjaringstermijn van een jaar vanaf de levering van de goederen – om maar twee voorbeelden te noemen.”

Het nogmaals sturen van een aanmaning is niet voldoende om de verjaringstermijn opnieuw te laten beginnen. Volgens § 212 van het Duitse burgerlijk wetboek (BGB) begint de verjaringstermijn opnieuw te lopen zodra er een erkenning door de schuldenaar is. Dit kan in de vorm van een rentebetaling of een afbetaling, maar ook wanneer een gerechtelijke dwangmaatregel wordt genomen of een verzoek daartoe wordt ingediend. In dit geval begint de nieuwe verjaringstermijn op de dag van de erkenning en niet op het einde van het jaar, zoals anders gebruikelijk is bij de gewone verjaringstermijn. Dit geldt ook in het geval van een gerechtelijke of officiële executiemaatregel.

Voorzichtigheid bij gedeeltelijke betaling

Bij een gedeeltelijke betaling begint de verjaringstermijn opnieuw te lopen. Voorzichtigheid is hier echter geboden: indien de restvordering wordt betwist en niet met de gedeeltelijke betaling wordt erkend, begint de verjaringstermijn voor de restvordering niet opnieuw te lopen. Een gedeeltelijke betaling betekent dus niet noodzakelijk een erkenning van de totale vordering. Alle informatie die de schuldenaar bij het verrichten van de betaling over het doel van de overmaking heeft verstrekt, kan mogelijke, belangrijke aanwijzingen opleveren. Het is beter de schuldenaar te vragen zijn totale schuld schriftelijk te erkennen. Als er geen bewijsbare erkenning van de gezamenlijke schuld is, moet men uit voorzorg bij gedeeltelijke betaling eerst uitgaan van een betwiste restvordering.

Verjaring

Een verjaringstermijn kan tijdelijk worden stilgezet met een zogenaamd “verbod”. Dit vereist echter een reden voor remming. Indien deze reden niet meer bestaat, loopt de termijn door. De duur van de schorsing wordt opgeteld bij de verjaringstermijn. Een verjaringstermijn kan onder meer worden geschorst door onderhandeling, door een gerechtelijke procedure, in geval van overmacht, om familieredenen en om soortgelijke redenen (§§ 203 e.v. BGB).

“Indien de schuldeiser en de schuldenaar onderhandelen over de vordering of de omstandigheden waarop deze berust, wordt de verjaringstermijn geschorst. En dat is totdat een van de onderhandelende partijen weigert de onderhandelingen voort te zetten. De verjaring treedt dan echter ten vroegste in werking drie maanden nadat de reden voor het verbod heeft opgehouden te bestaan. Als er bijvoorbeeld drie weken vóór de verjaringstermijn onderhandelingen plaatsvinden tussen de schuldeiser en de schuldenaar, maar de schuldeiser na korte tijd weigert deze voort te zetten, dan eindigt de verjaringstermijn in dit geval niet drie weken later, maar pas na drie maanden,” aldus Drumann.

Hierbij moet worden aangetekend: De schuldeiser moet het bestaan van een verbod bewijzen, omdat hij door het verbod wordt begunstigd als een buitengewone omstandigheid. De bewijslast voor de verjaring ligt daarentegen meestal bij de schuldenaar.

Het inleiden van een gerechtelijke aanmaningsprocedure is geschikt voor een verbod. Dit voorkomt dat de schuldenaar “het verjaringsverweer aanvoert”, d.w.z. verklaart dat hij niet betaalt omdat de vordering is verjaard. Uiterlijk op de laatste dag van de verjaringstermijn moet het verzoek om een betalingsbevel in het origineel en zonder vormgebreken bij de rechtbank worden ingediend. Professionele hulp kan hier de moeite waard zijn.

Naast de bovengenoemde schuldbekentenis is ook een overeenkomst met de schuldenaar dat de verjaringstermijn zal worden verlengd een maatregel. Bovendien kan van de schuldenaar een verklaring worden verkregen dat hij afziet van het verweer van verjaring. Dit helpt gerechtelijke procedures te vermijden, die alleen worden ingeleid om te voorkomen dat de verjaringstermijn wordt overschreden. Welke maatregelen en afspraken er ook worden gemaakt: schriftelijke, gedateerde documentatie is belangrijk.

Op definitieve vonnissen en executoriale titels is overigens ook de verjaringstermijn van toepassing. Volgens § 197 BGB (Duits Burgerlijk Wetboek) bedraagt de verjaringstermijn 30 jaar en begint deze te lopen vanaf de rechtsgeldigheid van de beslissing.

De directeur van Bremer Inkasso beveelt aan: “Orde en dus een overzichtelijke en altijd actuele boekhouding, gebaseerd op de volledige en schriftelijke documentatie van alle zakelijke transacties, zijn de beste hulpmiddelen om de bedrijfsfinanciën onder controle en in het zicht te hebben. U hoeft dus niet bang te zijn voor claims die door de verjaringstermijn worden bedreigd.